COP-30 in Belém: Brazilië als gastland, innovator en strategische partner voor Nederland
Van 8 tot 18 november was ik in Belém tijdens COP-30, waar ik ter plaatse logistieke ondersteuning bood aan Innovasjon Norge en andere Noord-Europese organisaties. Mijn werkzaamheden richtten zich voornamelijk op accommodatie, transport, mediaservices en culturele programmering, evenals samenwerking aan reportages op locatie voor Nederlandse media zoals het NOS Journaal en RTL Nieuws. De aanwezigheid op locatie bood daarnaast een waardevolle inkijk in hoe Brazilië — en in het bijzonder de Amazone — zich positioneerde tijdens een van de belangrijkste mondiale klimaatevenementen van deze tijd.. Tegelijkertijd bood deze aanwezigheid een waardevolle inkijk in hoe Brazilië — en in het bijzonder de Amazone — zich positioneerde tijdens een van de belangrijkste mondiale klimaatevenementen van dit moment.
COP-30 in Belém maakte duidelijk dat de keuze voor een Amazonestad als gastheer geen symbolische beslissing was, maar een strategische. Het bracht mondiale discussies over klimaat, biodiversiteit en ontwikkeling letterlijk naar het hart van het gebied waar deze thema’s dagelijks realiteit zijn.

Belém en Brazilië als gastland
Voor het eerst vond een COP plaats ín de Amazone. Hierdoor werd klimaatverandering geen abstract beleidsdossier, maar iets tastbaars: zichtbaar in het landschap, voelbaar in het klimaat en aanwezig in het dagelijkse leven van de bevolking.
De druk op de stad was groot. Accommodatiecapaciteit, mobiliteit en infrastructuur werden tot het uiterste getest. Toch viel vooral het aanpassingsvermogen op. Lokale instellingen, ondernemers en dienstverleners werkten intensief samen om internationale delegaties, bedrijven en media te faciliteren.
Voor veel Nederlandse en Europese bezoekers was dit de eerste kennismaking met de Amazone. Belém doorbrak bestaande beelden en liet zich zien als een strategische hoofdstad van de regio — relevant voor mondiale gesprekken over duurzaamheid, bio-economie en innovatie.
Braziliaanse oplossingen en de Amazone-bio-economie
Een van de sterkste boodschappen van COP-30 was dat Brazilië zich nadrukkelijk presenteerde als leverancier van oplossingen. Innovatie kwam niet alleen uit laboratoria, maar ook uit lokale kennis, praktijkervaring en eeuwenoude omgang met biodiversiteit.
Wat mij persoonlijk het meest inspireerde, was te zien hoe traditionele Amazonekennis steeds vaker wordt vertaald naar hoogwaardige, schaalbare producten. Noten, planten en bomen uit het regenwoud vinden hun weg naar de cosmetische, farmaceutische en voedingssupplementenindustrie. Dit creëert een ontwikkelingsmodel dat inkomen genereert voor coöperaties en lokale gemeenschappen, terwijl het bos behouden blijft — en in sommige gevallen zelfs wordt hersteld.
Ingrediënten als andiroba, copaíba, murumuru, cupuaçu en cumaru zijn in Nederland nog relatief onbekend, maar worden al toegepast door duurzame cosmeticamerken in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het gaat om biologische, koudgeperste en traceerbare ingrediënten die goed aansluiten bij Europese kwaliteits- en duurzaamheidsnormen.
De uitdagingen zijn reëel: opschaling, investeringen, logistiek en kwaliteitsborging blijven complex. Tegelijkertijd is zichtbaar dat de Amazoniaanse bio-economie een volgende fase ingaat. De opening van het Parque da Bioeconomia e Inovação da Amazônia door de deelstaat Pará markeert deze verschuiving van losse initiatieven naar structurele economische ecosystemen.

Inheemse kennis als strategische factor
COP-30 onderscheidde zich ook door de centrale rol van inheemse vertegenwoordigers. Zij waren geen randprogramma, maar actieve deelnemers aan het kernprogramma — als sprekers, experts en gesprekspartners.
Hun kennis werd gepresenteerd als strategische knowhow: praktisch toepasbare inzichten in biodiversiteitsbeheer, waterhuishouding en veerkracht. Voor veel Europese delegaties bood dit een nieuw perspectief op hoe traditionele kennis en moderne technologie elkaar kunnen versterken.
Cultuur, toerisme en duurzame ontwikkeling
Naast beleid en handel liet COP-30 ook de kracht zien van verantwoord en regeneratief toerisme. Goed ontwikkeld toerisme kan inkomsten genereren voor kleine ondernemers, lokale gemeenschappen en rivierbewoners (ribeirinhos), terwijl het tegelijkertijd cultuur waardeert en het regenwoud intact houdt.
Belém presenteerde zich aan een internationaal publiek dat milieubewust, cultureel geïnteresseerd en gastronomisch nieuwsgierig is. De stad verborg haar uitdagingen niet: sociale ongelijkheid, infrastructuurtekorten en een historisch centrum dat deels renovatie behoeft, waren zichtbaar.
Juist deze eerlijkheid maakte indruk. Veel bezoekers waren geraakt door de kracht van de lokale cultuur, de muziek, de nabijheid van het regenwoud, de creativiteit en veerkracht van de ribeirinhos, de gastronomie en de warmte van de bevolking. Voor velen was dit een eerste kennismaking met de Amazone — en het begin van een duidelijke wens om terug te keren en de regio verder te verkennen.

Van dialoog naar implementatie: kansen voor Nederland
In dit bredere kader vormt het EU–Mercosur-verdrag een belangrijk nieuw hoofdstuk in de relatie tussen Nederland en Brazilië. Wanneer het verdrag in werking treedt, zal het de samenwerking tussen de Europese Unie en Mercosur-landen verder verdiepen. Hoewel het proces binnen de EU nog juridische stappen doorloopt, leeft het onderwerp nu al sterk bij Nederlandse bedrijven.
Voor Nederland liggen er duidelijke kansen in sectoren waar het internationaal sterk in is: landbouw en precisielandbouw, waterbeheer, havens en logistiek, circulaire economie en agrobosbouwsystemen. De Amazone is niet alleen een ecologisch gebied, maar ook een economische regio waar duurzame productiemodellen en infrastructuurontwikkeling samenkomen.
Tegelijkertijd werd in Belém één ding heel duidelijk: wie zaken wil doen in Brazilië, moet het land begrijpen. Succesvolle samenwerking vraagt om aanwezigheid ter plaatse, begrip van regionale verschillen, respect voor lokale cultuur en bij voorkeur ook basiskennis van de Portugese taal. Brazilië is te groot, te divers en te relationeel om vanaf een bureau te doorgronden.
Langetermijnpartnerschappen ontstaan door vertrouwen, persoonlijke relaties en lokale verankering. Bedrijven die bereid zijn te investeren in die kennis — door het land te bezoeken, met mensen te spreken en context te begrijpen — vergroten hun kansen aanzienlijk.
COP-30 liet zien dat Brazilië niet alleen deelneemt aan mondiale discussies, maar deze actief vormgeeft. Met het EU–Mercosur-verdrag, groeiende bio-economie en een open houding richting samenwerking, ligt er voor Nederland een duidelijke kans om zich te positioneren als strategische partner. Niet alleen als exporteur van technologie, maar als mede-ontwikkelaar van duurzame oplossingen die waarde creëren voor mens, milieu en economie.


